Herfst
Man, wat waren er veel noten dit jaar. Een emmer vol heb ik ervan verzameld. Hier en daar waar ik langs een okkernotenboom fietste stopte ik even. Ik was erop voorzien met een plastic zak. Ik liet er nog een deel liggen voor andere rapers, maar was toch goed geladen elke keer.
September is zowat de oogstmaand. Bij mijn vader waren de eerste druiven rijp, die hebben we samen geoogst, en het sap ervan staat nu in een bruine mandfles te gisten in mijn woonkamer, als een deel van het gezin.
Vlierbessensiroop heb ik al wat eerder gemaakt. Toen was het nog volop zomer. Maar appelen zijn er nu ook volop, peren, ander fruit. Kastanjes vallen ons voor de voeten. Alles ligt zomaar voor het oprapen.
Van een wilde rozenstruik die in een cypres geklommen is in mijn tuin heb ik de rozenbottels geplukt. Ik maak er nu bijna dagelijks kruidenthee van. Ik lees in het boek “Bachbloesemtherapie” van Mechtild Scheffer dat de wilde roos goed is tegen onverschilligheid, apathie, berusting en innerlijke capitulatie. Lekker, en dus nog nuttig ook.
Je kan deze dingen natuurlijk allemaal in de GB en de Delhaize kopen. Gemakkelijk. En proper. In een doosje, of een kartonnen bordje met krimpfolie. Zo lijkt het wel of ons voedsel afkomstig is uit de winkel. Maar ik vind het veel leuker om zelf onder een boom rond te scharrelen, en hem nadien te bedanken voor alle lekkers dat hij mij geeft, om zelf de pompoen af te snijden van de rank. Om zelf de aardappelen uit te grond te steken die ik gekweekt had uit de uitgeschoten en verlebberde knol die overbleef in mijn kelder.
Je krijgt de voldoening te zien van je werk, dat is waar het op aankomt. Je ziet ook dat er meer aan de hand is dan wat er gebeurt in een winkel: om één of andere reden GROEIEN er dingen. Die kan je nog opeten ook. Het mysterie van zaad en plant. De jaarlijkse kringloop. Toch iets om over na te denken, niet dan?
Bij een snuistertocht in een Mechelse boekhandel vond ik een mooi nieuw kookboek, de bijbel van de Italiaanse keuken: De zilveren Lepel, pas vertaald in het Nederlands. Daarin stond een kastanjedessertje, dat ik u niet wou onthouden: kastanjetaart. Ik geef toe: ik heb het zelf nog niet uitgeprobeerd, maar het lijkt me wel een uitdaging.
De kastanjeboom (en ik neem aan zijn vruchten) is volgens dr. Bach goed tegen een gevoel van wanhoop. Toch weer mooi meegenomen. De rozemarijn waar de taart mee gekruid is, is goed voor de spijsvertering en de longen, en tegen psychische overbelasting.
Ingrediënten
kastanjetaart
400 gr kastanjebloem (je kan de kastanjes drogen en malen, bv met een koffiemolen)
250 ml melk
350 ml water
50 gr suiker
Rozemarijn (bij voorkeur verse)
Pijnboompitten
Boter of olie
De kastanjebloem geleidelijk mengen met de melk en het water. Dan de suiker bijvoegen. Het deeg in de beboterde of ingeoliede bakvorm gieten, en bestrooien met de pijnboompitten en de rozemarijn. Plaats alles 40 minuten in een voorverwarmde oven op 180 °.
Geert