ZE IS ER WEER  ! ! ! !

 

Iedere winter worden honderdduizenden Vlamingen besmet met een griepvirus. Hoesten, keelpijn, hoofdpijn en koorts zijn de verschijnse­len, maar meestal zijn deze klachten na een week wel weer over, kwes­tie van uitzieken dus. Maar de meer kwetsbare personen, zoals oude­ren en chronisch zieken moeten oppassen want zij lopen een niet te onderschatten risico op verwikkelingen zoals longontsteking en hartproblemen.

 

Epidemie of pandemie

 

De wetenschappelijke naam voor griep is influenza. De naam kwam uit Italië in de 15 de eeuw. Toen dacht men dat de ziekte veroorzaakt werd onder invloed (influen­za) van de sterren. Het woord griep komt dan weer van het franse woord grippe, wat zo­veel betekent als je in zijn greep hebben. Nog steeds is griep een van de gevaarlijkste infectieziekten van deze tijd. , jaarlijks sterven in ons land meer dan 1000 mensen aan de gevolgen van griep en dan spreken we over perioden waarin de griepactiviteit rela­tief laag is. Wereldwijde epide­mieën waarin een zeer agres­sief virus over de hele wereld vele slachtoffers maakt noemt men een pandemie (bv. de Spaanse griep in 1918) en komt in regel zo om de 15 jaar voor. Desondanks treft de griep ons iedere winter weer, men spreekt in dit geval van een griepepidemie.

Griep wordt veroorzaakt door een influenzavirus. Influenza A komt voor bij zowel mensen als bij een aantal diersoorten (o.a. paard, varken en gan­zen). Omdat zowel mens en dier elkaar met dit virus kun­nen besmetten, is het influen­za A het meest gevaarlijke griepvirus. Het is mogelijk dat één dier tegelijkertijd besmet raakt met zowel een virus van de mens als een van een ander dier. Deze twee virussen kun­nen dan hun genetisch materi­aal uitwisselen, wat resulteert in enorm schadelijke en agres­sieve virussen. Alleen het influenzavirus A kan op deze manier een pandemie veroor­zaken. Influenza B en C zijn varianten die alleen bij men­sen voorkomen.

 

Vermenigvuldiging der virussen

 

Virussen zijn micro‑organis­men die zich in regel niet zelf­standig kunnen voortplanten. Daarvoor zijn zij afhankelijk van hun gastheer. De virus­deeltjes dringen de gastheer­cellen binnen waarna zij ze via het genetisch vermenigvuldi­gingsapparaat van de gastheer vernietigen. Om te begrijpen hoe een virus de gastheercel­len binnendringt en zijn kwa­de werking uitoefent, is de kennis van de bouw van het virus onontbeerlijk. Een virus is heel klein (de diameter is amper een tienduizendste van een millimeter) en alleen met een elektronenmicroscoop zichtbaar te maken. Het blijkt dat de buitenkant van een vi­rus bedekt is met uitsteeksels: de eiwitten hemagglutinine en neuraminidase. Hemagglutini­ne zorgt voor de aanhechting van het virus aan cellen, waar­door het de cel kan binnen­dringen. Eenmaal in de cel komt het genetisch materiaal van het virus vrij en worden de zogenaamde virale eiwitten geproduceerd. Op deze manier plant het virus zich voort. Het eiwit neuraminidase zorgt ver­volgens voor het vrijkomen van de nieuw geproduceerde virussen uit de geïnfecteerde cel. Deze twee eiwitten zijn dus essentieel voor het voort­bestaan van het virus. Het zijn dan ook deze eiwitten waarop uiteindelijk de medicijnen en het afweersysteem ingrijpen om het virus te inactiveren.

 

Antibiotica helpen niet

 

Als men het virus wil bestrij­den, door middel van bijvoor­beeld antibiotica, moet de cel waarin het virus zich schuil­houdt, vernietigd worden. Men kan zich voorstellen dat deze therapie niet snel zal worden voorgeschreven ge­zien de behandeling meer schade kan aanrichten dan de kwaal zelf. Een behandeling met antibiotica wordt nog wel door artsen voorgeschreven aan kwetsbare patiënten, maar alleen om complicaties door bacteriële infecties, zoals bronchitis of longontsteking, te voorkomen. Ons lichaam zelf heeft ook al­lerlei mogelijkheden om het binnengedrongen virus radi­caal aan te pakken. Het li­chaam herkent het virus als li­chaamsvreemd. In response hierop wordt direct het af­weersysteem, ofwel immuun­systeem geactiveerd. Direct na besmetting wordt het zoge­naamde niet‑specifieke im­muunsysteem actief. Grote cellen (genaamd macrofagen) nemen de virusdeeltjes in zich op en vernietigen deze. Vaak weet het virus aan deze eerste barrière goed te ontko­men. Het lichaam activeert vervolgens bepaalde immuun­cellen die de specifieke afweer reguleren. Bij deze specifieke afweer worden antilichamen tegen het virus gevormd. De­ze antilichamen zijn voor ie­der virus specifiek. Dat wil zeggen dat een infectie met virus X, gevolgd kan worden door een infectie met virus Y (men heeft hier namelijk geen antistoffen tegen). Maar aangezien het feit dat de antili­chamen gedurende langere tijd in ons lichaam aanwezig blijven, is een herhaalde in­fectie met virus X onwaar­schijnlijk. Eigenlijk kan ons lichaam een virus dus heel goed opruimen. Het probleem is echter dat het systeem minimaal een week nodig heeft om op gang te ko­men. Gedurende deze eerste week is men dus ziek. Het be­ter worden na een week is toe te schrijven aan de activiteit van het immuunsysteem. Het opstarten van het speci­fieke immuunsysteem kan ook sneller. Wanneer men eenmaal besmet is geweest met een vi­rus (stel weer virus X), worden in het immuunsysteem zoge­naamde geheugencellen ge­vormd. De geheugencellen zijn niet‑actieve immuuncel­len die een antistof dragen te­gen een specifiek virus (bij­voorbeeld virus X). Wanneer men nu weer besmet raakt met virus X, zullen de geheu­gencellen zich onmiddellijk gaan vermeerderen en het vi­rus onschadelijk maken. De persoon in kwestie zal nu niet of nauwelijks) meer ziek wor­den van virus X.

 

Vaccinatie helpt echt

 

Het geven van de griepspuit is op dit principe gebaseerd. Een vaccinatie kan bestaan uit het geven van een kleine hoeveel­heid sterk verzwakt of gedood virus. Dit activeert het im­muunsysteem. Wanneer men nu later aan dit virus wordt blootgesteld, is de immuniteit na één of twee dagen direct op sterkte, net voordat de pa­tiënt echt ziek zou worden. Aangezien de patiënt de eer­ste week na de inenting nog niet beschermd is, is het van belang om op tijd de kwetsba­re mensen te vaccineren tegen griep. Mensen die bij voorkeur in aanmerking komen voor vaccinatie zijn mensen met een verhoogd risico op com­plicaties, zoals mensen met hart‑ en nierproblemen, diabe­tici en ouderen met een ver­laagde afweer. leder jaar moet men weer een nieuw een vaccin samenstel­len omdat de virussen continu veranderen.              

Vandaar dat patiënten ook ieder jaar opnieuw moeten worden ingeënt. Over de samenstelling van het vac­cin wordt ieder voorjaar door de landen van het noordelijk halfrond (onder leiding van de Wereldgezondheidsorganisa­tie) overlegd. AI die landen hebben een nationaal griep­centrum waar de op dat mo­ment actieve virussen geka­rakteriseerd kunnen worden. In de vergadering wordt geke­ken naar de actieve virussen in Europa, Amerika en die van het zuidelijk halfrond. Op de­ze manier bepaalt men de sa­menstelling van het virusvac­cin voor aankomende winter. Een medicijn tegen de griep zal er voorlopig wel niet ko­men, daarvoor verandert het virus te veel en te snel. Veel geld zou gemoeid gaan met het vinden van een adequate medicatie. Begrijpelijk dat de prioriteit niet ligt bij het be­strijden van een simpel griep­je. Infectieziekten als aids en malaria zijn veel gevaarlijker en verdienen dan ook de voor­rang in het onderzoek. Het griepvirus is vervelend, maar ook heel mild. Voor de meeste van ons is het dus een kwestie van even doorkuchen, dan ko­men we er vanzelf wel weer bovenop.

 

Bron : S-magazine

 

In tegenstelling tot de allopathie bestaat er in de aromatherapie wel een natuurliike etherische olie die als antiviraal middel kan gebruikt worden en bij griep reeds meermaals zijn efficiëntie heeft bewezen.  We bedoelen hier de Ravensara Aromatica.  Om het immuniteitssysteem te versterken raden wij aan de etherische olies van Thymus Vulgaris c.t. geraniol of wanneer een lastige hoest optreedt Thymus Vulgaris c.t. linalol te gebruiken.

Diegenen die vlug last hebben van sinusitis of verstropte neus raden wij aan eens grootmoeders remedie toe te passen, namelijk een kommetje heet water met daarin enkele druppels Melaleuca Viridiflora c.t. cineol en dampen maar.

Wanneer er hoge koorts gemaakt wordt kunt u Eucaliptus Globulus in huis  verstuiven.

 

WAARSCHUWING

 

Voor de juiste toepassing van de etherische olies steeds Uw therapeut raadplegen

Deze natuurlijke produkten vervangen geenszins de medicatie van Uw dokter.

Bij ernstige klachten steeds Uw huisarts raadplegen.